PräsensDe tegenwoordige tijd is de actuele vorm van het werkwoord in het Duits. Je gebruikt hem voor dingen die nu gebeuren, regelmatig gebeuren of over het algemeen waar zijn.
Niveau: A1
Wanneer gebruik je de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd is de meest voorkomende tijdsvorm in het Duits. Je gebruikt hem in veel situaties:
- Nu: Er gebeurt op dit moment iets. Ich lerne gerade Deutsch.
- Regelmatig: Zoiets gebeurt altijd. Sie trinkt jeden Morgen Kaffee.
- Over het algemeen geldig: Feiten en waarheden. Wasser kocht bei 100 Grad.
- Toekomst: De tegenwoordige tijd kan ook de toekomst uitdrukken met behulp van een werkwoord. Morgen fahre ich nach Berlin.
Zo vorm je de tegenwoordige tijd.
Je neemt de stam van het werkwoord en voegt er een uitgang aan toe. Je krijgt de stam door de infinitief te nemen en er -e aan toe te voegen. -en je neemt weg (bijvoorbeeld) lernen wordt lern-).
- Ik ben aan het lerene
- je leertst
- hij/zij/het leertt
- we lerenen
- je leertt
- zij/jij lerenen
Sommige werkwoorden veranderen wanneer du en er/sie/es de klinker. Van fahren wird du fährst, uit geben wird du gibstDit worden sterke werkwoorden genoemd.
Veelvoorkomende fouten in de tegenwoordige tijd
Veel leerlingen maken deze fouten:
- Het einde vergeten: Verkeerd is du lern. Juist du lernst.
- Klinkerwijziging gemist: Verkeerd is du fahrst. Juist du fährst.
- "sein" en "haben" door elkaar halen: Deze twee werkwoorden zijn onregelmatig. Ich bin, du bist, ich habe, du hast.
Voorbeelden
| Voorbeeld | Erklärung |
|---|---|
| Ich wohne in Hamburg. | Een feit over het heden dat momenteel geldig is. |
| Du sprichst sehr gut Deutsch. | Klinkerverandering: "sprechen" wordt "du sprichst". |
| Wir essen jeden Sonntag zusammen. | Regelmatige actie met een vastgestelde tijd. |
| Die Sonne geht im Osten auf. | Universeel geldende waarheid, altijd in de tegenwoordige tijd. |
| Nächste Woche besuche ich meine Eltern. | Houd je in het nu voor de toekomst, tot en met volgende week. |
Veel gestelde vragen
Wat is de tegenwoordige tijd in het Duits?
De tegenwoordige tijd is de actuele vorm van het werkwoord. Je gebruikt hem voor dingen die nu gebeuren of regelmatig voorkomen, en voor algemene feiten.
Hoe vorm je de tegenwoordige tijd?
Je neemt de werkwoordstam (infinitief zonder ). -en) en voeg de juiste afsluiting toe: -e, -st, -t, -en, -t, -en.
Is het mogelijk om over de toekomst te praten in de tegenwoordige tijd?
Ja. Bij een tijdsaanduiding zoals 'morgen' of 'volgend jaar' drukt de tegenwoordige tijd vaak de toekomst uit: Morgen kom ik later.
Je leert deze term in de Duitse cursus A1 van Deutsch1, met behulp van instructievideo's, oefeningen en feedback.
Verwante termen
Voltooide tijd , verleden tijd , vervoeging , tijden
Uitgebreide gids: Een overzicht van de Duitse werkwoordstijden (met tabel)